6 keer Frans zoals een echte fransman (of vrouw)

Ik kwam naar Frankrijk met hoofdzakelijk het Frans dat ik op de middelbare school had geleerd. Dan kom je er vrij snel achter dat je daar dingen leert die de gemiddelde Fransman helemaal niet gebruikt. Neem bijvoorbeeld het woord ‘Syndicat d’initiative’. Dit is een ingewikkeld woord voor Office du Tourisme. Misschien moesten we dat gewoon leren zodat ze ons een beetje konden pesten 😉

Hieronder een aantal dingen die ik nooit heb geleerd op school maar toch wel erg handig zijn om te weten! (NB: Ik ben geen taal deskundige en schrijf dit dus ook vanuit mijn eigen ervaringen 😉 )

Du coup

Du coup is een woord dat heel veel Fransen gebruiken. Als je niet weet waarvoor het dient is het lastig om het te begrijpen.  Het wordt zoals ik heb begrepen vooral gebruikt om een verband tussen twee dingen te leggen. Meestal wordt het gebruikt voor het Nederlandse woordje ‘dus’ of ‘daardoor’.

Voorbeeld:  Het was slecht weer, et du coup, ben ik naar de bioscoop gegaan.

 

Woorden afkorten

Ciné voor cinema, resto voor restaurant, perso voor personellement, muscu voor musculation en last but not least;  chépa voor je ne sais pas. Zo zijn er waarschijnlijk nog wel veel meer afkortingen te verzinnen!

 

Machin

“Et machin, blablabla et machin, blabla machin dit machin dat”. Ik hoorde dit woord zóoo vaak voorbij komen als mensen een verhaal aan het vertellen waren. Het dient als een soort stopwoordje en heeft niet echt een betekenis. Het is een beetje vergelijkbaar met het Nederlandse woord ‘enzo’. 

 

Est-ce que … ?

Vragen stellen in het Frans. Ik heb geleerd dat er twee manieren voor zijn. Als je bijvoorbeeld wilt weten of iemand suiker in de koffie wil zeg je:

 

Vous voulez du sucre ? (informeel) Of;
Voulez vous du sucre? (formeel)

 

Totdat ik aan het werk ging. Ik hoorde steeds mensen zeggen: Est-ce que vous … ?  Hèh?

Est-ce que is een algemene beleefdheidsvorm om vragen te stellen. Het betekent zo iets als: is het dat ? 

 

Volgens mij is Est-ce que vooral handig om te gebruiken om een soort van ‘in te leiden’ dat je een vraag gaat stellen. Dan kan de ander zich erop voorbereiden dat hij of zij ergens op moet antwoorden. 

 

Ne… que, ne…jamais

Ne gebruik je voor ontkenningen. Als je wilt zeggen dat je niet moe bent dan zeg je: je ne suis pas fatigué. Als je wilt zeggen dat je nooit moe bent dan zeg je: Je ne suis jamais fatigué.

 

Nu komt het:

Als je wilt zeggen dat je alleen nog maar appels hebt, dan zeg je: Je n’ai que des pommes. Het lijkt dus eigenlijk een ontkenning te zijn, alsof iemand geen appels heet. 

Maar wat je eigenlijk zegt is dit: Ik heb niets dan appels. Wat het wel weer redelijk begrijpelijk maakt!

 

Een ander voorbeeld:

Als je aan iemand die onuitputtelijk lijkt te zijn wilt vragen of hij ooit wel eens moe is dan zeg je:  êtes-vous jamais fatigué?

Ik dacht dus dat er dan werd gevraagd: Ben je nooit moe? Maar toen kwam ik erachter dat het woord jamais beide nooit en ooit betekent 🙂 

 

On in plaats van Nous

Op school leer je netjes alle werkwoordsuitgangen inclusief de uitzonderingen. Wat er best veel zijn! Nu komt het leuke: In Frankrijk wordt ‘nous’ wat wij/we betekent heel vaak vervangen door ‘on’ (wat eigenlijk men betekent). On heeft dezelfde uitgangsvorm als il en elle, wat het praten dus een stuk makkelijker maakt! 

 

 

Dit waren de dingen die mij het meest zijn opgevallen in de afgelopen tijd. Hebben jullie nog leuke toevoegingen?

 

11 reacties op “6 keer Frans zoals een echte fransman (of vrouw)”

  1. Als je Fransen vraagt waarom ze dingen zeggen zoals ze dat doen weten ze dat vaak niet. Van de gewone fransman zijn er erg veel. Als je ze uitlegt dat “c’est bien” niet goed is omdat bien geen bijvoeglijk naamwoord is maar een bijwoord. (Het is dus of “c’est bon” of “ca a ete bien fait”). Dan verklaren ze je voor gek. En terecht, want zij zijn de fransen. En fransen spreken nu eenmaal frans. Jij niet. Daarkunnen ze ook niets aan doen.

    1. Hoi Paul,

      Grappig dat je dat zegt. Ik werk samen met relatief jonge Fransen (jonger dan 30). Ik hoor en zie ze vaak fouten maken. Ze vinden het juist grappig als ik ze dan verbeter. Ze slaan zich voor het hoofd want nee, hé… De buitenlandse is hen aan het verbeteren 😉

  2. Bijvoeglijke naamwoorden. Sommige daarvan hebben in het ouderwetse woordenboek (niet de thesaurier) zomaar een twintigtal synonymen met licht verschillende betekenissen of context. De allerergsten schieten mij even niet te binnen. Even bladeren doet wonderen. Mijn favorieten zijn voorlopig: mais, par contre, desalniettemin. Mijn prioriteit ligt vooralsnog bij de gewone woorden. Niet verhusselen en klinkers helder uitspreken. Anders zeg je hele rare dingen. Nog 80000 te gaan begrijp ik.

  3. Hoi Liset,

    Leuk en grappig om weer te lezen.
    Het est-ce que kwam mij trouwens wel bekend voor. Ik heb dat vroeger moeten leren bij Frans haha.
    Het was toen inderdaad een beleefde manier voor bijvoorbeeld oudere mensen ofzo.

    Grappig 🙂

    1. Jellie de Haan

      Hoi Lisette, bedankt voor je lesje reallife Frans, altijd leuk! Volgens mij is het wel vergelijkbaar met het Nederlands wat betreft de spreektaal; bijv ‘kweetniet’ of mensen die veel ‘inderdaad’ en ‘dus’ of’ precies’ gebruiken.
      Maar het lijkt me soms best lastig om het exact te kunnen begrijpen.
      Succes met alles!
      Groetjes, tante Jellie

      1. Hoi Tante Jellie, inderdaad kun je het vergelijken met het Nederlands. En je moet het inderdaad maar net even weten. Bedankt! 🙂

    2. Ja klopt Eline! Misschien hebben we het ook wel gehad maar kan ik het mij niet meer voor de geest halen. Wel weet ik nog dat ik superlang heb lopen leren op Qu’est-ce que c’est haha!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *